Biodiversiteit

Biodiversiteit

Biodiversiteit speelt een algemene ondersteunende rol die fundamenteel is voor vele andere ecosysteemdiensten. EcoCities onderzocht hoe het met de biodiversiteit op de Vlaamse groendaken gesteld is. Maak kennis met onze onderzoekers, lees meer over onze resultaten en ontdek de visie van andere experten.

Foto: Canopy

Slider

Maak kennis met onze onderzoekers

dr. Carmen Van Mechelen

Onderzoeker bij expertise cel Bio-research van de PXL in samenwerking met Prof. dr. Alain De Vocht.

Jeffrey Jacobs

PhD student bij de onderzoeksgroep Dierkunde: biodiversiteit en toxicologie van de UHasselt onder leiding van prof. dr. Tom Artois.

Thomas Van Dijck

PhD student bij de onderzoeksgroep Dierkunde: biodiversiteit en toxicologie van de UHasselt onder leiding van prof. dr. Tom Artois.

We lieten ook enkele andere experten aan het woord

Zij lieten elk hun licht schijnen op het concept groendaken en -gevels vanuit een landschapsarchitecturaal, ecologisch en stedelijk standpunt gekaderd rond biodiversiteit. Dezelfde vragen, verschillende visies!

Nigel Dunnett

Professor plant ontwerp en stedelijke horticultuur- Universiteit Sheffield. Directeur van ‘The Green Roof Centre’ van de Universiteit Sheffield. Promotor van de naturalistische en ecologische tuinen.

Lees meer →

Sonia Verhoeven

Wetenschapper – Belgian Biodiversity Platform, gespecialiseerd in invasieve soorten, voorzitter van de IAS National Scientific Council

Lees meer →

Albert Vliegenthart

Ecoloog en projectleider binnen de Nederlandse Vlinderstichting

Lees meer →

Sylvie Van Damme

Lector en onderzoeker landschapsontwerp bij KASK en Conservatorium / HOGENT en HOWEST

Lees meer →

Marc Barra & Hemminki johan

Stadsecologen bij het regionaal agentschap voor biodiversiteit in de Parijse regio, aan het instituut voor Planning and Urban Development van île-de-France.

Lees meer →

Wat is biodiversiteit?

“De variabiliteit tussen levende organismen in elke vorm, inclusief onder andere, terrestrische, marine en andere aquatische ecosystemen en de ecologische complexen waar ze deel van uitmaken, dit bevat biodiversiteit binnen een soort, tussen soorten en tussen ecosystemen.”

VN conferentie over milieu en ontwikkeling – Rio Earth Summit 1992

Waarom is biodiversiteit belangrijk?

Wat maakt het ene ecosysteem sterk en het andere zwak in tijden van verandering? Het antwoord op deze vraag is voor een groot deel biodiversiteit. Biodiversiteit bestaat uit 3 onderling geconnecteerde kenmerken die als het ware een net vormen. Ecosysteem diversiteit, soorten diversiteit en genetische diversiteit. Hoe meer ze onderling gelinkt zijn hoe dichter het net geweven is, hoe steviger het wordt en hoe groter de multifunctionaliteit.

De biodiversiteit staat onder druk, zeker in de stedelijke omgeving. Desalniettemin passen soorten zich ook aan en ontdekken ze meer en meer de stad als leefomgeving. Het is dan ook belangrijk om de samenleving te informeren over het belang van biodiversiteit in groene elementen binnen de stad zoals bijvoorbeeld groendaken en -gevels.

Bij de termen ‘groendaken’, ‘groengevels’ en ‘stedelijke vergroening’ is GROEN de gemene deler! Planten dus! Ze vormen de ruggengraat van ecosystemen en geven structuur aan habitats. De plantensamenstelling die gebruikt wordt op groendaken en -gevels zijn dus heel erg belangrijk.

Tom Fisk at Pexels

Een hogere plantendiversiteit op groendaken kan namelijk de geleverde ecocysteemdiensten (thermische isolatie en waterbuffercapaciteit) verbeteren ten opzichte van een groendak dat zich beperkt tot één plantensoort (Xie, Lundholm & MacIvor, 2018). Biodiversiteit kan dus gerelateerd worden aan de multifunctionaliteit van een groendak (Maestre 2012).

Groendaken en -gevels herbergen natuurlijk niet alleen planten maar kunnen ook diersoorten een veilig oord bieden binnen een stad. Stedelijke entomologie focuste zich in het verleden vooral op pest soorten en hoe deze soorten te verdrijven. (Robinson 2005). Recentelijk is deze mentaliteit enigszins aan het veranderen op een manier dat stedelijke omgevingen worden gezien als een opportuniteit om insecten, die een positieve bijdrage leveren aan het milieu, te promoten. Zo heeft de wetenschap al aangetoond dat er sterke overeenkomsten kunnen worden gevonden tussen de insecten biodiversiteit op een groendak en in groene zones op de begane grond in de buurt. Dit impliceert dat groendaken een kwalitatieve habitat kunnen voorzien voor vele (urban) insecten en dus ook een opportuniteit bieden om de hiermee gepaarde ecosysteemdiensten te versterken (MacIvor & Lundholm 2010).

Leonard Dahmen at Pexels

Het begrijpen van de ecologische verschillen tussen de groendaken en de habitats op de begane grond is een belangrijke stap bij de ontwikkeling van groendaken die de biodiversiteit versterken en zo de noden van mensen verenigen met de noden van natuur/wild/biodiversiteit en gewenste soorten.

Steden zijn heterogene en complexe milieus. Om betere inzichten te krijgen over de insect populaties op groendaken (en de relatie met groene zones in de omgeving op de begane grond) is er onderzoek over meerdere jaren nodig. (MacIvor & Lundholm 2010).

Biodiversiteit op Vlaamse groendaken en -gevels: wat weten we al?

Op 12 bestaande groendaken verspreid over Gent, Antwerpen en Hasselt wordt gedurende 4 jaar de fauna en flora zowel bovengronds als ondergronds gemonitord. Binnen deze studie wordt de variabiliteit in biodiversiteit zowel binnen één stad (20 bestaande groendaken in Antwerpen) als tussen de verschillende steden onderzocht. We geven je hieronder graag onze voorlopige resultaten mee.

Flora

Fauna

We zullen deze pagina regelmatig updaten!

Flora

Dr. Carmen Van Mechelen monitorde gedurende de afgelopen 2 jaar de vegetatie op de selectie van bestaande groendaken in 3 Vlaamse steden (Gent, Antwerpen en Hasselt) die in EcoCities onderzocht worden. De resultaten zijn nog niet volledig maar we geven je alvast een overzicht.

Zeldzame soorten

Volgens de Rode Lijst (Bijlage; Maes et al. 2020)


Bleek schildzaad (Alyssum alyssoides) heeft als IUCN categorie ‘regionaal uitgestorven’ maar werd op twee groendaken waargenomen, wellicht was deze aanwezig in het zaadmengsel.

Kleine tijm (Thymus serpyllum) is ernstig bedreigd maar kwamen we toch tegen op een particulier dak in Gent.
Grote tijm (Thymus pulegioides) is kwetsbaar en werd op verschillende daken teruggevonden. Beide tijmsoorten maken vaak deel uit van specifieke zaadmengsels voor groendaken.

Bijna in gevaar

  • Gele kamille (Anthemis tinctoria),
  • Ruige anjer (Dianthus armeria),
  • Steenanjer (Dianthus deltoides)
  • Slanke mantelanjer (Petrorhagia prolifera)
    Deze planten werden op verschillende daken waargenomen, en dit kan verklaard worden door aanwezigheid in het initiële zaadmengsel.

Op een particulier groendak in Gent werd in het najaar van 2020 één korenbloem (Centaurea cyanus) gevonden.

Centaura cyanus

Opmerkelijke plantensoorten

Op verschillende experimentele groendaken bij Campus het Spoor te Mol werd Akkerleeuwenbek (Mysopates orontium) teruggevonden, al van bij de start van het project, en terugkerend in het daaropvolgende groeiseizoen. Deze soort is niet afkomstig uit het zaadmengsel. Ze is warmte-minnend en houdt van matig voedselrijke standplaatsen, vaak langs bermen en spoorwegen. Wellicht heeft deze vanaf de nabijgelegen spoorweg zijn weg gevonden naar het geschikte groendaksubstraat.

Akkerleeuwenbek – Mysopates orontium

Opvallende soorten die slechts op één groendak werden waargenomen

Bleke morgenster (Tragopogon dubius) op Brandweerkazerne te Antwerpen; echt bitterkruid (Picris hieracioides) op Stadsarchief te Gent; twee speciale Sedumsoorten (Sedum oregonense en Sedum forsterianum) op Hogeschoolgebouw te Antwerpen. Akkergoudsboem (Calendula arvensis) op een particulier gebouw in Gent; en kleine steentijm (Clinopodium acinos) op een woonzorgcentrum te Hasselt.

Bleke morgenster
Sedum fosterianum
Echt Bitterkruid
Akkergoudsbloem
Sedum oregonense
Kleine steentijm
Slangenkruid – Echium vulgare
Hemelboom – Ailanthus altissima

Op dit laatste dak zorgt trouwens doorheen de zomer het slangenkruid (Echium vulgare) voor een opvallend en kleurrijk uitzicht.
Soms zijn er houtige soorten aanwezig, die omwille van mogelijke beschadiging aan het dak, verwijderd werden. Een voorbeeld hiervan is een kiemplant van de hemelboom (Ailanthus altissima), op een particulier dak in Gent. Deze soort is trouwens een invasieve exoot, dus verwijdering is hier zeker aan de orde.

Wil je de volledige lijst van Rode lijst soorten die in EcoCities reeds werden waargenomen op groendaken klik dan hier. Hou zeker ook onze resultaten pagina in de gaten waar je onze wetenschappelijke publicaties kan terugvinden.

Fauna

Thomas en Jeffrey monitorde gedurende de afgelopen 2 jaar de fauna op de selectie van bestaande groendaken in 3 Vlaamse steden (Gent, Antwerpen en Hasselt) die in EcoCities onderzocht worden (zie ook werkpakket 3), beiden onder leiding van prof. dr. Tom Artois. Thomas bestudeerd de variatie in fauna tussen de steden. Jeffrey focussed op de variatie tussen groendaken binnen één stad. Hiervoor werd de selectie in Antwerpen uitgebreid naar 20 groendaken. De resultaten zijn nog niet volledig maar we geven je alvast een overzicht.

Fauna: variatie tussen groendaken in Gent, Antwerpen en Hasselt

Pitfall vallen op een bestaand groendak om insecten te vangen

Op de 12 bestudeerde extensieve groendaken zijn er in totaal 63 soorten spinnen, 18 soorten mieren en 48 soorten loopkevers aangetroffen. Het totaal aantal kevers bedraagt zelfs meer dan 100 soorten. Interessant is het feit dat op sommige daken meer dan dubbel zoveel soorten voorkomen dan op anderen daken, of het feit dat de gemeenschappen op de daken verschillen in hun ecologie.


Interessante vermeldingen:


De Zuid-Europese compostmierHypoponera eduardi – is aangetroffen: de eerste waarneming voor België.
De SteenrondbuikBradycellus csikii – is aangetroffen. Dit is de tweede waarneming van deze soort na 1980.

Fauna: variatie tussen groendaken in Antwerpen

Opmerkelijke waarnemingen:

Springstaarten (Collembola):

  • Als we kijken naar de biodiversiteit van Collembola (=springstaarten) zien we dat je met een relatief klein groendak van ongeveer 25m² evenveel winst kan maken als met een groot dak (>500m²).
  • Interessant is dat de Collembola soorten die we vinden op de daken algemeen gesproken vooral semi-natte habitats verkiezen. Terwijl een groendak op zich bekend staat als een droog en hard habitat om in te overleven. Dit wijst er dus op dat het substraat van een groendak, waar deze Collembola leven, toch een relatief vochtige habitat kan zijn.
  • Verschillende karakteristieken van het dak zelf hebben geen significante invloed op het aantal individuen (Collembola) aanwezig.  Dus de hoogte van het dak, grootte van het dak, afstand tot het centrum van de stad,… hebben geen invloed op het totaal aantal individuen op het groendak. Dit is in tegenstelling met onze verwachtingen, omdat hoe hoger een dak hoe moeilijker dit is om te koloniseren voor bepaalde soorten. Collembola worden echter al mee met de aanleg van het substraat binnengebracht en zijn zo klein dat ze gemakkelijk aan winddispersie kunnen doen.

Bestuivers:

Pixabay at Pexels
  • Als we kijken naar bestuivers (vooral bijen) op de daken vinden we sommige soorten opvallend vaak terug in vergelijking met grond-habitats. Dit is interessant want het kan dus zijn dat groendaken voor sommige bijensoorten meer geschikt zijn dan veel van de plekken die ze op de grond vinden.

  • Verder vinden we opvallend weinig zweefvliegen op de daken. Reden hiervoor wordt momenteel ook nog verder onderzocht.

Hou onze resultaten pagina zeker in de gaten om op de hoogte te blijven van onze wetenschappelijke publicaties en rapporten

Terug naar boven

Attributions of used icons:“Plant” icon made by Alex Muravev from The Noun Project, “Ant” icon made by Alex Almqvist from The Noun Project